Pedagogische Visie

Werken met kinderen is zeer dynamisch en elk kind ontwikkelt zich op zijn eigen manier. Goede kinderopvang levert een positieve bijdrage aan de opvoeding en ontwikkeling van het kind in aanvulling op de thuissituatie.

Er wordt rekening gehouden met de wensen van de ouders en de kinderen worden zoveel mogelijk in hun behoeften gevolgd. Ouders worden serieus genomen en blijven altijd als eerst verantwoordelijke in de opvoeding de regie in handen houden.

Het pedagogische beleid geeft de richtlijnen aan hoe wij werken en is gebaseerd op de volgende punten:

Niet zichtbaar
Het bieden van emotionele veiligheid

Vaste groepen

De BSO biedt kinderen een gezellige en prettige opvangplek met vaste groepen, vaste pedagogische medewerkers en vaste gewoontes, waar kinderen zich thuis kunnen voelen. Waar ze zich uit school kunnen ontspannen of juist uitleven in allerlei activiteiten.

De jongste kleuters worden opgehaald uit de klas, soms is het voor hen nog onoverzichtelijk of ze die dag nou wel of niet naar de BSO moeten. De vertrouwde pedagogische medewerker staat er dan om het kind op te vangen. Sommige kinderen willen zich na school lekker ontspannen, anderen duiken vol enthousiasme op een activiteit. Ze mogen vrij gaan spelen en krijgen daarbij ruimte om dingen uit te proberen. Als kinderen zich veilig voelen, gaan ze op ontdekking uit. Nieuwe dingen uitproberen is spannend en fouten maken mag! En als je hulp nodig hebt is daar altijd een pedagogische medewerker die jou helpt en stimuleert.

Veiligheid en geborgenheid

Ervaren dat je erbij hoort als kind, geeft een fijn gevoel. Door onze benadering bieden we kinderen veiligheid. We zorgen voor een voorspelbare omgeving. Kinderen worden hartelijk en positief benaderd, we zijn geïnteresseerd in hun verhaal, hun beleving en gevoelens. De houding van de pedagogische medewerkers is belangrijk voor het zelfbeeld dat een kind opbouwt.

Als we kinderen corrigeren dan lopen we naar ze toe, spreken ze aan op ooghoogte en leggen ze uit waarom iets niet kan of mag. Ook leuke dingen worden gedeeld en voor elk kind is er warme aandacht door een aai over de bol, een complimentje of een knuffel als ze dat willen. Kinderen leren door ervaringen, door dingen te doen en mee te maken. Kinderen ontwikkelen zich optimaal als ze zich op hun gemak voelen. Zo ontwikkelt een kind een positief zelfbeeld en groeit het vertrouwen in zichzelf en anderen.

Het bevorderen van de ontwikkeling van persoonlijke competenties

Vrije tijd

De tijd die kinderen doorbrengen op de BSO zien wij als vrije tijd en ons beleid is daar op afgestemd. We hebben een vaste dagindeling met daarin herkenbare momenten. We gaan hier flexibel mee om, het biedt houvast voor de kinderen.

Vrije tijd staat voor plezier beleven en kinderen de ruimte te geven voor eigen spel en creativiteit. Het gaat om het doen en ontdekken, niet om het resultaat. Uitgangspunt is dat kinderen plezier beleven aan het spelen. Persoonlijke competenties ontwikkelen kan doordat er niets moet en er is veel wat mag. Kinderen kiezen zelf of ze binnen of buiten spelen, op de gang of in het lokaal. Er is voldoende toezicht op plaatsen waar kinderen spelen. Persoonlijk wil ook zeggen dat elk kind een eigen lade heeft voor het opbergen van persoonlijke spullen.

Aansluiten bij het kind

Kinderen laten in hun gedrag heel goed zien welke behoefte zij hebben en nemen voortdurend initiatieven om aan die behoefte tegemoet te komen. Pedagogische medewerkers proberen hier zo goed mogelijk bij aan te sluiten.

Per situatie wordt bekeken wat er mogelijk is en het beste aansluit bij de interesse en belevingswereld van elk kind. Zo zijn oudere kinderen een keer met de fotocamera op pad geweest, om er later een persoonlijke collage van te maken. Of in het bos worden materialen verzameld om leuke activiteiten mee te doen.

Soms gaan de pedagogische medewerkers met een groepje op pad om in de buurt een kinderboerderij of speeltuin te bezoeken. Ouders worden vooraf gevraagd of zij toestemming geven voor het maken van uitstapjes.
Kinderen komen vaak met leuke ideeën en de pedagogische medewerker ondersteunt hen bijvoorbeeld in het verzamelen van de benodigde materialen.

De pedagogische medewerkers helpen elk individueel kind op weg als dat nodig is. In de BSO mag een kind zich ook gerust terugtrekken om zelf met iets bezig te zijn of gewoon lekker te lezen.

Het bevorderen van de ontwikkeling van sociale competenties

Met elkaar omgaan en spelen

Een kind in een groep ontmoet andere kinderen en leert, onder begeleiding, in een veilige sfeer met elkaar om te gaan en te spelen. De sociale inhoud van het spel wordt gestimuleerd door samen spelen, praten, luisteren, plezier hebben, delen, wachten op elkaar en rekening houden met elkaar, meestal in kleinere groepjes.

In kleine groepjes komen kinderen beter tot hun recht en kunnen beter reageren op elkaar. Doordat kinderen zelf kiezen met wie ze spelen, kunnen er vriendschappen ontstaan.

In de BSO doen kinderen van verschillende leeftijden mee met activiteiten en leren we kinderen aandacht te hebben voor elkaar en elkaar te helpen. Soms worden activiteiten bewust met een groep kinderen van ongeveer dezelfde leeftijd gedaan, zodat je niet altijd rekening hoeft te houden met andere leeftijden, zoals een potje voetballen of een spel met een competitie element.

De overdracht van normen en waarden

Op de opvang komen kinderen met allerlei verschillende achtergronden. Ze doen er andere ervaringen op dan thuis. Pedagogische medewerkers staan open voor de normen en waarden van anderen en hebben respect voor de eigenheid van de kinderen en hun ouders. Ze zijn zich bewust van de eigen normen en waarden. Pedagogische medewerkers beseffen goed dat een groep kinderen anders is dan thuis in een gezin. In de groep zijn de verhoudingen totaal anders, alleen al omdat er meer kinderen zijn. In vergelijking tot een thuissituatie zijn de pedagogische medewerkers meer op afstand aanwezig.

Respect

Wij vinden het belangrijk dat kinderen elkaar respecteren en accepteren. We laten kinderen merken dat we hen waarderen. Elk kind mag er zijn met zijn eigen gevoelens, gedragingen en behoeften. We helpen kinderen de onderlinge verschillen te zien en te waarderen, ook al is het anders dan zij gewend zijn. De nadruk ligt op positief gedrag en dat wordt ook benoemd. Kinderen proberen we normen en waarden spelenderwijs mee te geven. Door ze bijvoorbeeld en verhaaltje te vertellen, waarin een kind geplaagd wordt en ze uit te leggen dat dit niet mag. Aan tafel leggen we uit hoe en waarom je netjes moet eten.

We brengen kinderen zorg voor hun omgeving bij, door samen op te ruimen en goed om te gaan met spelmateriaal. Pedagogische medewerkers geven steeds het goede voorbeeld in het omgaan met elkaar en de omgeving. Zij benaderen kinderen op een positieve manier en zijn consequent in hun handelen. Zij werken op een opbouwende manier met elkaar, de kinderen en de ouders samen De pedagogische medewerkers hanteren een open en duidelijke communicatie waarin de nadruk ligt op het opbouwen van een goede relatie onderling.

Aandacht hebben voor positief gedrag van kinderen is een continu proces, waarbij we kinderen aanspreken op kindhoogte, hen aankijken en vriendelijke woorden gebruiken. Als een kind aangesproken wordt op zijn gedrag, krijgt het kind de kans te vertellen wat er is gebeurd. Er wordt uitgelegd aan het kind waarom het gedrag niet kan. Op deze manier geven we geen oordeel over het kind maar benoemen wat het gedrag voor invloed heeft op de omgeving.

Kinderen hebben volwassenen nodig om op te groeien en ervaren veiligheid door de grenzen die gesteld worden door de pedagogische medewerkers. Met respect voor elkaar, door elkaar vriendelijk te benaderen en te helpen.

Basisgroep en Mentorschap

In principe hebben alle kinderen een vaste basisgroep. Kinderen en ouders moeten weten in welke basisgroep hun kind zit en welke pedagogisch medewerkers bij welke groep horen. De basisgroepen worden naar leeftijd ingedeeld, met voor elke groep vaste pedagogisch medewerkers; behoudens ziekte, verlof of vakantie van de medewerkers. Maar ook dan werken we zo veel mogelijk met vaste invalmedewerkers, zodat de kinderen hen leren kennen en weten bij wie ze horen of op terug kunnen vallen.

Van de pedagogisch medewerkers is een medewerker de mentor van het kind. Zij volgt de ontwikkeling en zij is aanspreekpunt voor de ouder over de ontwikkeling en het welbevinden van het kind. Ouders en ook de kinderen zijn op de hoogte wie de mentor is. Bijzonderheden in de ontwikkeling van het kind of problemen zullen altijd met de ouder besproken worden en waar mogelijk ook met het kind.